Terwijl de onderdrukking in Iran intensiever wordt, gaat de samenleving de confrontatie aan met een op angst gegrondvest systeem. Tegelijkertijd moet de EU kiezen tussen escalatie en de-escalatie om de samenleving te beschermen.
De stem wil schreeuwen, maar de mond wordt dichtgedrukt. De vrije geest wil schrijven, maar de hand is dood gemaakt door angst, verwonding en uitputting. Voeten willen de straat op, maar benen zijn gebroken – soms letterlijk. Families blijven zoeken naar hun vermisten bij rechtbanken en mortuaria. Artsen die gewonden behandelen, advocaten die hun cliënten verdedigen worden gearresteerd. Sommigen – blind gemaakt door een schot hagel recht in het gezicht – hebben hun toekomst verloren; anderen dragen wonden die nooit helemaal zullen helen. Wat is er van Iran geworden? Deze verschrikkingen staan niet op zichzelf. Ze zijn het levende gezicht van een systeem dat zijn legitimiteit heeft verloren – en nu probeert te regeren door angst.
De druk op het dagelijks leven in Iran leidde de afgelopen weken tot nieuwe opstanden. Inflatie, onbetaalde lonen, een instortende munt – zij zijn het resultaat van binnenlands wanbestuur, en worden verergerd door externe sancties. Sancties en financiële dwangmaatregelen die zijn opgelegd door de Verenigde Staten en haar bondgenoten betekenen reële schade voor gewone mensen.
Wat mensen de straat op drijft is niet alleen de economische pijn, maar ook de obscene onrechtvaardigheid van het systeem dat gebouwd is op profijt, privileges en loyaliteitsnetwerken. Grote delen van de samenleving zijn tot de harde conclusie gekomen dat ontbering geen toeval is. Ze is het gevolg van met institutioneel geweld in stand gehouden straffeloosheid, corruptie en discriminatie. De repressie waarvan we getuige zijn geweest – een van de gruwelijkste van de afgelopen jaren – is een strategie om de samenleving weer terug te duwen in een toestand van angst. Maar mensen wijzen de groeiende kloof af, die de meerderheid laat worstelen terwijl de machtigen boven de wet leven.
Allengs is het bestuur niet langer een regering van het volk. Verkiezingen zijn uitgehold. De samenleving wordt tot verstikkens toe onderdrukt. Oppositieleden zijn vermoord, opgesloten, tot zwijgen gebracht of onder huisarrest geplaatst. Kritische media zijn gewurgd. Vertrouwen is weggebrand. En wanneer een samenleving geen waardige uitweg meer ziet binnen het bestaande systeem, zal het angst-regime zijn kracht verliezen: het kan de verandering uitstellen, maar de legitimiteit is onherstelbaar beschadigd.
Niets van dit alles gebeurt in een vacuüm – en de Europese Unie is geen buitenstaander.
Op dit cruciale moment zou de EU niet langer moeten kiezen voor escalatie en sancties, maar prioriteit moeten geven aan de-escalatie en de bescherming van de Iraanse maatschappij. Dat betekent dat er humanitaire uitzonderingen moeten worden gemaakt en betalingskanalen die wél werken, terwijl gerichte maatregelen tegen daders moeten worden aangescherpt in plaats van de samenleving als geheel te straffen. Het betekent ook dat Europa zijn invloed op landen in de regio, inclusief Israël – door diplomatie en handel –, moet gebruiken om opportunistische inmenging te voorkomen die van de Iraanse crisis een proxy-theater zal maken.
Maar de beslissende strijd behoort toe aan Iran. Iraniërs willen een democratische transitie vrij van geweld, buitenlandse inmenging en binnenlands despotisme – geen oorlog, geen van buitenaf opgelegde leiders, geen geopolitieke “redding” onder dreiging met geweld.
Voor Iran begint dat met onmiddellijke de-escalatie: een einde aan de dodelijke onderdrukking en vrijlating van alle politieke gevangenen. Dit moet gepaard gaan met de heropening van het openbare politieke leven – opheffing van het verbod op politieke organisaties, een gegarandeerde persvrijheid en de vrijheid voor onafhankelijke burgers om zich te organiseren – zodat de samenleving weer vrij kan ademhalen.
Van daaruit wordt een vertrouwenwekkende route naar zelfbeschikking mogelijk: een referendum zou kunnen leiden tot een grondwetgevende vergadering met de opdracht om een nieuwe, seculiere constitutionele orde vorm te geven, zonder buitenlandse inmenging. Recente ervaringen elders – waaronder Chili’s constitutionele proces middels brede participatie en deliberatie – laten zien hoe zo’n assemblee een arena van maatschappelijke verzoening kan zijn in plaats van handjeklap door leden van de elite.
Om dat proces werkelijk diepgang te geven en het geen management-opdracht te laten worden, moet de machinerie van de angst worden ontmanteld. Executies en massale veroordelingen moeten zijn gestopt, de noodtoestand en het bijbehorende veiligheidsregime moeten zijn opgeheven, net als informatie black-outs. En journalisten, advocaten en burgerlijke organisatoren moeten bescherming genieten.
En om te voorkomen dat er nog meer bloed vloeit moet Khamenei aftreden, terwijl de veiligheidseenheden die verantwoordelijk zijn voor de recente bloedbaden worden ontmanteld en ter verantwoording geroepen – niet als vergelding, maar om de-escalatie en een overgang mogelijk te maken.
Het alternatief is niet moeilijk te voorspellen: escalatie richting oorlog, onbegrensde onderdrukking door angst, of een door de elite van buitenaf geleide regimewisseling– ze zijn allemaal al meermalen geëindigd in een catastrofe voor de gewone mensen.
De hierboven geschetste stappen gaan niet uit van de goede wil van de machthebbers; ze worden voorgesteld omdat elk alternatief pad veel grotere risico’s op bloedvergieten en regionale escalatie met zich meebrengt – een lose-lose scenario voor Iran, zijn bevolking en de bredere regio, zelfs nu die alternatieven door sommigen als een strategisch voordeel worden gezien.
Onze taak is om de Iraanse zelfbeschikking ook buiten Iran te verdedigen terwijl het land een uitweg zoekt uit de theocratie, op weg naar een democratie.
Do you want to be informed of DiEM25's actions? Sign up here




