Berkeley Trump Protests

De macht van sociale bewegingen vis à vis Trump

Door Michael Hardt en Sandro Mezzadra
 
Het is veel te vroeg om te zeggen in hoeverre president Trump zijn campagnebeloften in daden en in regeringsbeleid om zal zetten en ook, voorwaar, hoeveel hij überhaupt zal kunnen uitrichten eenmaal in functie. Maar sinds zijn verkiezing zijn iedere dag weer door de hele Verenigde Staten heen demonstraties gehouden om uiting te geven aan verontwaardiging, bezorgdheid en ontzetting.
Bovendien bestaat er geen twijfel dat, eenmaal in functie, Trump en zijn regering continu dingen zullen zeggen en doen die protesten uitlokken. De komende vier jaar minstens zullen mensen in de VS zich verzamelen en oprukken tegen zijn regering, regelmatig en in grote getale. Protesteren tegen aantasting van het milieu is zonder twijfel urgent, net als tegen de verbreide sfeer van geweld tegen gekleurde mensen, vrouwen, LGBTQ gemeenschappen, migranten, moslims, verschillende groepen arbeiders, armen, enzovoort.
Een van de mogelijke valkuilen echter voor sociale bewegingen, is dat activisme niet verder gaat dan protest. Protest kan natuurlijk een stad platleggen, kan tijdelijk het handelen van de regering belemmeren en kan zelfs de cruciale rol spelen om ruimte te creëren voor politieke alternatieven. Maar op zich zelf is protest nooit genoeg om tot blijvende sociale verandering te komen.
De betekenis van Trump’s presidentschap en vooral de manieren waarop we ertegen kunnen protesteren, worden volgens ons duidelijker als we ze in een internationale context plaatsen.
 

DE VELE GEZICHTEN VAN MONDIAAL RECHTS

Alhoewel Trump zeker een bijzonder figuur is, is hij in werkelijkheid een van vele “populistische” leiders van rechts die wereldwijd zijn opgekomen tegen de achtergrond van de economische crisis, zoals Vladimir Poetin in Rusland, Narendra Modi in India, generaal Al Sisi in Egypte, Recep Tayyip Erdogan in Turkije, Viktor Orbán in Hongarije, Rodrigo Duterte in de Filipijnen, Michel Temer in Brazilië, Mauricio Macri in Argentinië en misschien binnenkort Norbert Hofer in Oostenrijk en Marine Le Pen in Frankrijk.
Dit is duidelijk een heterogene groep en zelfs het label “populisme” dat we er hier opplakken zou kritisch onderzocht moeten worden. Maar deze rechtse figuren hebben wel degelijk een aantal dingen gemeen. Allemaal beloven ze een combinatie van neoliberalisme en nationalisme als oplossing voor economische en sociale malaise. De meesten van hen slagen er ook in een wijdverspreide haat en minachting voor het politieke establishment te mobiliseren – een gevoel dat op andere momenten met succes door links is gemobiliseerd, bijvoorbeeld in 2001 in Argentinië en 2011 in Spanje.
Veel van deze rechtse leiders hebben ook fascistische trekjes, zoals het dreigen met massale uitzetting van migranten, rassen zuiverheid als voorwaarde stellen voor het legitiem deel uitmaken van de natie, het opschorten van de normale rechtsgang om politieke tegenstanders gevangen te zetten en ze te onderdrukken, de onafhankelijke media aanvallen en een sfeer van angst creëren onder LGBTQ gemeenschappen, gekleurde mensen, vrouwen en anderen.
Ook heeft de opkomst van deze rechtse “populismes” in al deze landen een reeds bestaande, diepe institutionele crisis verergerd, vaak door basisprincipes van het functioneren van de overheid te blokkeren (budgetten aannemen, nominaties goedkeuren bijvoorbeeld). En de economische crisis die begon in 2007 werkt als een broeikas voor deze fenomenen.
Onderzoeksrapporten zullen de komende maanden (en jaren) in detail het succes van Trump’s campagnestrategieën verklaren en de motivaties van zijn supporters – hoeveel te wijten was aan rassenhaat, hoeveel aan economische angst onder de “verliezers van de globalisering” en onder de kwijnende industriële arbeidersklasse, hoeveel aan een geënsceneerde maatschappelijke paniek, enzovoort. Dit zijn zeker belangrijke vragen, maar wij willen hier alleen signaleren dat Trump’s overwinning, vanuit een internationaal perspectief gezien, geen uitzondering is maar vierkant in lijn met een veel betekenende (en angstaanjagende) trend.

TRUMP’S VERSIE VAN GLOBALE HEGEMONIE VAN DE V.S.

Dat Trump’s overwinning zo goed past in de huidige wereldwijde trend, wordt verdoezeld door zijn retoriek van afscheiding en het tegenwerken van de globalisering. Trump’s aangekondigde strategie om de historische crisis in de Amerikaanse wereldhegemonie aan te pakken lijkt neer te komen op een terugtreden. Zijn versie van “Amerika weer groot maken” lijkt aan het andere uiteinde te staan van het spectrum waar George W. Bush de hegemonie probeerde te behouden of opnieuw in te stellen met behulp van eenzijdig militair ingrijpen – en faalde. (Zelfs al vertoont Trump opwellingen van militaristisch geraas als hij zegt dat hij deze of gene vijand zou bombarderen, is dit niet met het doel opnieuw een hegemoniale positie te creëren.)
Trump’s overwinning kan dus uitgelegd worden als een concessie van rechts aan het verlies van de Amerikaanse wereldhegemonie, door zichzelf tevreden te stellen met een “Amerika eerst” ideologie. Maar in werkelijkheid lijken het huidige protectionisme en isolationisme van de VS weinig op die van het begin van de 20e eeuw, een periode waarin de VS een dominante rol in de internationale hiërarchie nastreefde. Wij verwachten dat, in tegenstelling tot Trump’s campagneleuzen, de Amerikaanse buitenlandpolitiek door zal gaan met een of andere combinatie van soft power en militarisme.
De vergelijking met Brexit helpt hier misschien – niet omdat Engeland zich daadwerkelijk uit Europa zal terugtrekken. Maar juist omdat het land nieuwe, gunstigere voorwaarden zal zoeken om een voet in de Europese markt te houden, om de toestroom van migranten te beheersen en om de dominante financiële rol van de City te veilig te stellen – doelstellingen waaraan natuurlijk zware onderhandelingen voorafgaan, vooral met Duitsland. (En het moet nog maar bezien worden hoe Trump’s verkiezing dit scenario zal beïnvloeden.)
We kunnen gerust stellen dat zowel in het VK als in de VS, waar nationalisme en neoliberalisme samenkomen in het hart van rechts populisme, er hoe dan ook een soort koehandel tussen deze twee ismes plaats zal vinden. Wij verwachten dat het neoliberalisme altijd wel de overhand zal krijgen – zodat nationalistisch isolationisme zal moeten buigen voor neoliberale belangen. Hoe de Trump regering zal proberen “Amerika weer groot te maken” en in hoeverre ze dit zal lukken in een nieuwe of andere positie in de wereldhegemonie, is een andere kwestie die alleen de komende jaren helder zal worden.
 

COALITIE STRATEGIEEN

Door aan te geven hoe goed Trump binnen een wereldwijd patroon past, willen we niet de tragedie bagatelliseren en tegen de mensen in de VS zeggen: “hoor eens, het is niet zo erg, anderen zijn hier ook doorheen gegaan.” Nee, zo deze overeenkomsten íéts doen, dan verergeren ze het onheil. Trump’s overwinning heeft vergelijkbare ontwikkelingen elders al enorm verstout. We willen vooral Trump’s overwinning bekijken in een wereldwijde context en zien wat dit betekent voor sociale bewegingen de komende jaren. Twee strategieën die ontwikkeld moeten worden door sociale bewegingen zijn al duidelijk en geen van deze twee is nieuw.
Ten eerste zijn brede coalities nodig tussen de verschillende bewegingen. Dat wil niet zeggen dat bewegingen zich moeten verenigen onder een of andere centrale leiding of dezelfde agenda erop na moeten houden. Nee, terugkeren naar gecentraliseerde partijstructuren die een eenheidslijn voor strijd dicteren is vandaag de dag niet wenselijk en niet uitvoerbaar – en bovendien zou de partij-vorm zelf diepgaand moeten worden aangepast en vernieuwd indien linkse partijen een positieve rol willen spelen in dergelijke coalities. (Onderzocht moet worden in hoeverre de campagne van Bernie Sanders een poging was in deze richting en wat de ervaringen hiermee waren.)
Realistischer is te werken vanuit de reeds bestaande relaties en coalities tussen de verschillende sociale bewegingen. Als we deze verbanden bijeenbrengen en versterken komen er talrijke mogelijkheden voor samenwerking naar voren: bij de Standing Rock pijpleiding zijn bewegingen tegen klimaatverandering en andere voor de rechten van inheemse volkeren, bijzonder nauw verbonden geraakt; campagnes om het minimum loon te verhogen zijn aangeslagen binnen migrantengemeenschappen en zijn nu met elkaar verweven in de strijd tegen racisme; invloedrijke groepen van de Black Lives Matter protesten en vooral van de Movement for Black Lives brengen geslacht, seksuele voorkeur en inkomen in verband met rassendiscriminatie; en tijdens de Occupy beweging in 2011 werd huidskleur systematisch naar voren gebracht bij de protesten tegen sociale ongelijkheid – met enig succes, vooral in Oakland.
Deze ontwikkelingen verkeren nog in een beginstadium maar vormen tegelijkertijd krachtige voorbeelden van coalities die gesmeed moeten worden. Bruggen moeten gebouwd worden tussen de bewegingen tegen inkomensongelijkheid en die tegen rassendiscriminatie. En met het oog op Trump’s dreiging van massa deportaties, moet de grote migrantenbeweging van mei 2006 weer nieuw leven ingeblazen worden. En uiteindelijk zullen we wel met iets van een gemeenschappelijke agenda of raamwerk moeten komen om protest in beleidsvoorstellen om te zetten. Dit proces van coalities vormen is een stap in die richting.
 

‘ALTERGLOBALE’ RELATIES

Ten tweede zullen sociale bewegingen op een nóg grotere schaal relaties moeten aanknopen. Europa heeft de afgelopen jaren laten zien dat de combinatie neoliberalisme – racistisch rechts, niet met succes bestreden kan worden binnen de grenzen van de natie-staat, maar alleen door internationale connecties op te zetten. De Europese bestuursvorm is neoliberaal tot in de vezels maar dit veranderen door nationale grenzen en soevereiniteit te bevestigen, is niet alleen gevaarlijk maar ook gedoemd te mislukken. Frankrijk is een illusie rijker nadat het in 2005 in een referendum de Europese grondwet verwierp en zich als een soeverein land tegen het neoliberalisme wilde keren. En diegenen die voor een Brexit stemden in een poging het neoliberalisme te bestrijden, zorgen voor een nog extremer voorbeeld. De enige succesvolle manier om de Europese bestuursvorm te bestrijden en om tot mogelijke democratische alternatieven te komen, reikt verder dan het nationale niveau. De Democracy in Europe Movement (DiEM) is een zo’n poging en er zijn talrijke sociale bewegingen te vinden die transnationale coalities smeden.
De politieke context is in de VS natuurlijk heel anders dan in de Europese Unie en de schaal is veel groter dan die van individuele Europese natie-staten. Maar volgens ons is hetzelfde principe toepasbaar, vooral vis à vis een Trump presidentschap. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we handelspacten ten gunste van het grootbedrijf moeten omarmen om Trump’s anti-globaliseringspositie te bestrijden. Nog niet zolang geleden ontwikkelden de alterglobaliseringsbewegingen buitengewoon duidelijk omschreven ideeën over globalisering van onderaf. Ideeën die talrijke instituties van de neoliberale wereldorde uitdaagden en de basis vormen voor de alternatieve netwerken die nu hun ervaringen uitwisselen. Het Chiapas-, Seattle-, Genua-, Porto Alegre- en Mumbai-gevoel moet weer opgepakt worden en nieuw leven ingeblazen.
We willen hier niet oproepen tot een nieuwe ronde van antiglobaliseringsprotesten op de stoep van de G8, de Wereld Bank of het IMF. Wat we nu moeten doen is deze ervaringen van toen filteren door het prisma aan ervaring opgedaan sinds 2011: met pleinbezettingen en -kampementen. In tegenstelling tot het nomadische karakter van de alterglobaliseringsbewegingen waren deze kampementen aan één plaats gebonden en ontwikkelden hechte relaties met vaak lokale, grootstedelijke bewegingen. Vandaag de dag hebben we beide nodig: ideeën en ervaringen die de meest lokale aangelegenheden in grotere verbanden zien door een transnationaal bewustzijn.
Deze twee strategieën gaan prima samen, de een kan zelfs niet zonder de ander. De strijd van migranten en kleurlingen tegen geweld en opsluiting in de VS zal verrijkt en versterkt moeten worden met een breder politiek besef dat in staat is de verbanden te zien en samen te werken met collega’s in Brazilië, Europa en elders. Banden aangaan met bewegingen tegen geweld tegen vrouwen en tegen het inperken van het recht op abortus in Argentinië en Polen, zou feministische bewegingen in Noord-Amerika en West Europa versterken. En organisaties voor de armen in New York en Parijs hebben veel te leren van de dagelijkse praktijk van bewegingen in Kolkata en Durban. Is dit te veel gevraagd van activisten in de VS en ieder ander land die al zoveel op hun bordje krijgen? Het opzetten van (internationale) connecties moet als essentieel worden gezien als er tijd en energie over is en niet als een leuk extraatje.
Dus, ja, ga de straat op iedere keer als de Trump regering iets doet of zegt dat alles te buiten gaat en neem je vrienden en ouders mee en iedereen die je kan vinden. Gelegenheden zullen zich meer dan genoeg voordoen. Maar achter deze protesten moet een complex web bestaan van verbonden die de verschillende sociale bewegingen doorkruisen en het lokale en zelfs het nationale niveau ontstijgen. Dat is de enige manier waarop we de vele protesten in een doeltreffend en duurzame project van sociale verandering kunnen omsmeden.
 

Essay oorspronkelijk gepubliceerd in ROAR Magazine.

Do you want to be informed of DiEM25's actions? Sign up here